Nu we elkaar niet in het echt kunnen zien, moeten we op zoek naar alternatieve manieren om lekker met muziek bezig te zijn. In de meeste lessen zijn we in ieder geval voor een deel bezig met improviseren, liedjes op gehoor spelen, of zelf liedjes schrijven. In deze eerste digitale les gaan we daar mee verder.

Inhoud

  1. Luisteren: popsolo’s.
    We gaan luisteren naar een aantal saxofoonsolo’s in de popmuziek, en gaan daarna zelf op zoek naar een solo die goed klinkt.
  2. Oefeningen: toonladders.
    Voordat we zelf aan een eigen solo beginnen, doen we wat technische oefeningen om het makkelijker te maken.
  3. Het bedenken of uitschrijven van een popsolo.
    Het is nu aan jullie om hier zelf wat mee te doen. Stap voor stap bedenken we een solo.

1. Luisteren: popsolo’s

Een solo is een stukje dat maar door één iemand gespeeld wordt. Misschien ben je het bij orkest wel eens tegen gekomen. Één iemand speelt dan maar de melodie, in plaats van de hele groep. In de popmuziek komt een solo ook heel vaak voor. Vaak wordt deze dan geïmproviseerd (zelf ter plekke bedacht). Als je ooit in een bandje gaat spelen, zul je vast vaak een solo krijgen!

We gaan nu luisteren naar een aantal bekende saxofoonsolo’s uit de popmuziek. Je hoeft alleen maar naar de eerste 3 te luisteren, maar meer mag natuurlijk ook! Klik hier om naar de lijst te gaan.

Vragen en opdrachten

  1. Wat is een solo?
  2. Welke solo die je hebt beluisterd vond je het mooist?
  3. Zoek nu zelf een solo op YouTube of ergens anders op internet, of misschien kennen je ouders er wel een. Wat vind je er van?

2. Oefening: toonladders

Alle solo’s zijn gebaseerd op toonladders (een serie van verschillende noten achter elkaar die naar boven of naar beneden gaat – daarom heet het ook een ladder). Dankzij een toonladder weet je welke noten je in een liedje kunt spelen. De toonladder die we nu gebruiken is deze:

Pak je saxofoon er bij en speel de ladder rustig een paar keer op en neer. Je kunt hem ook een octaaf hoger spelen. Kun je hem uit je hoofd?

Oefeningen met de toonladder

  1. Speel de toonladder op en neer, zo legato (=gebonden) als je kan. Zorg ervoor dat alle noten even lang duren.
  2. Speel hem nog eens, maar nu met alle noten aangezet. Let erop dat je niet te veel tong gebruikt, een kleine beweging is genoeg!
  3. Speel nu de ene noot lang, de volgende noot kort, die daarna lang, etc. zoals in het geluidsvoorbeeld hieronder:
  1. Speel, als je alle noten kent, de ladder over twee octaven. Dan klinkt hij zo:
  1. Speel de ladder steeds een beetje sneller zonder dat het rommelig wordt. Zorg ervoor dat alle noten altijd precies even lang blijven en ze allemaal duidelijk te horen zijn!

3. Solo bedenken!

We gaan nu zelf een solo bedenken. We gebruiken nu deze track op YouTube, luister maar eens. We gaan het stap voor stap aanpakken: eerst gaan we ritmes improviseren op 1 noot, daarna bedenken we melodieën op een simpel ritme, en daarna voegen we het samen.

  1. Ritmes op 1 noot.
    Zet de track aan en speel de middelste C (alleen je middelvinger zonder octaafklep). Speel de volgende ritmes op de maat van de track. Je kan ze zo vaak achter elkaar herhalen als je wilt, totdat het goed gaat.
  1. Verzin nu zelf ritmes, nog steeds alleen met de C. Misschien heb je wel iets op de opnames gehoord wat je gaaf vond klinken, of kijk in je lesboek wat voor ritmes daar allemaal in de liedjes zitten. Of je verzint ze echt helemaal zelf.
  2. Nu gaan we verschillende noten gebruiken. Neem ritme 1 van hierboven en speel verschillende noten uit de toonladder die we net hebben geoefend. Je mag zelf kiezen welke.
  3. Als dit goed gaat, mag je stap 2 en 3 allebei tegelijk gaan doen. Je speelt dus zelfgekozen noten uit de toonladder op een ritme dat je zelf bedenkt. Je bent nu aan het soleren! (=een solo aan het spelen)
  4. Neem jezelf op en luister hoe het klinkt!

Dit is het einde van deze les. Vragen? Stuur een appje of mailtje. Deel vooral je resultaten!

Groetjes,

Jasmijn

© Jasmijn de Klerk 2020